Energietransitie: wat is het?

In 2015 spraken 195 landen in Parijs met elkaar af om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad Celsius. Daarvoor moeten we de CO2-uitstoot sterk verminderen. De uitstoot van CO2 is één van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering. Bij verbranding van fossiele brandstoffen, zoals gas en steenkool, komt veel CO2 vrij. Daarom moeten we overgaan naar duurzame energiebronnen als wind en zon. Dit noemen we de energietransitie. Het is de bedoeling dat fossiele brandstoffen steeds minder worden gebruikt en uiteindelijk in 2050 niet meer nodig zijn.   

zonnepanelen

Aardgasvrij

Om aan internationale afspraken te voldoen heeft Nederland besloten dat alle woningen in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Aardgas is namelijk een fossiele brandstof. Dat wil twee dingen zeggen:  

  1. het is een eindige grondstof (op = op)
  2. bij het gebruik van aardgas om energie op te wekken komt het broeikasgas CO2 vrij. Daarom willen we aardgas vervangen door een duurzaam alternatief. Een alternatief is duurzaam als het hernieuwbaar is. Denk aan windenergie: door energie uit windkracht te halen, gaat er geen grondstof verloren. De wind blijft net zo hard waaien. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld zonne-energie en aardwarmte.  

Welke alternatieven voor gas zijn er? 

Aardgas vervangen door een gelijkwaardig alternatief is zo makkelijk nog niet. Het meest vergelijkbaar met aardgas zou waterstof of groen gas zijn. Groen gas, dat wordt gemaakt van bijvoorbeeld gft-afval of mest, is erg schaars. En om waterstof duurzaam op te wekken (groene waterstof) is veel energie nodig: tot wel vijf keer zo veel als voor de elektrische warmtepomp. 

Bovendien zijn er sectoren, zoals de zware industrie en luchtvaart, die geen andere optie voor duurzame energie hebben dan waterstof of groen gas. Zij zullen dus ‘voorrang’ gaan krijgen. Daarom is het niet realistisch dat groen gas of waterstof ooit één op één aardgas zal vervangen om woningen te verwarmen. De overheid heeft daarom twee oplossingen aangewezen als duurzaam én op grote schaal toepasbaar: het warmtenet en de warmtepomp.  

Warmtenet 

Voor een warmtenet worden nieuwe leidingen aangelegd die warm water rondpompen dat centraal wordt verwarmd. Verwarming gebeurt dus niet meer in je eigen woning. Er zijn verschillende bronnen die een warmtenet kunnen verwarmen. Denk aan een centrale warmtepomp, aardwarmte, aquathermie (warmte uit water) en restwarmte van fabrieken. Het grote probleem is dat de leidingen erg duur zijn. Een warmtenet is daarom alleen zinvol als er veel woningen op een kleine oppervlakte staan, zoals in steden. In Sittard, Venlo en Rotterdam liggen bijvoorbeeld warmtenetten.  

Warmtepomp 

Een warmtepomp lijkt qua techniek een beetje op een airco. Het haalt warmte uit de lucht of uit de bodem en gebruikt elektriciteit om deze warmte op temperatuur te krijgen om de woning te verwarmen. Hiervoor moet de woning wel goed geïsoleerd zijn. Als dat niet zo is, kan een hybride warmtepomp een oplossing zijn. Deze maakt gebruik van aardgas, groen gas of waterstof om bij te verwarmen. Isoleren is dan nog steeds verstandig, maar minder noodzakelijk. Een hybride warmtepomp is vaak rendabel in aanschaf, zeker met de huidige stijgende gasprijzen. Over deze en andere mogelijkheden om energie te besparen, leest u meer op de pagina Energie besparen. 

Landelijke energieprojecten

Maasbracht/ Brachterbeek speelt een belangrijke rol in de energievoorziening binnen onze provincie. Het energieknooppunt in onze gemeente verbindt de provincie Limburg met het landelijke energienet en de energienetten van onze buurlanden. Omdat het stroomnet op veel plekken (bijna) vol is, wordt de komende jaren gewerkt aan het nieuwe energiesysteem en de nieuwe energie-infrastructuur van Limburg. Wilt u weten welke landelijke energieprojecten uitgevoerd worden in onze gemeente, kijk dan op energietransitie.nl.