Dodenherdenking 2026
Vanavond stonden we in Stevensweert twee minuten stil. Bij de levens die in oorlogstijd verloren gingen, bij de vrijheid die we vandaag mogen ervaren en bij de verhalen die we blijven doorgeven aan elkaar.
In deze tijd, waarin oorlog dichtbij is en we de gevolgen direct voelen, gaf burgemeester Dion Schneider een duidelijke boodschap: ‘’Het herdenken van de Tweede Wereldoorlog is belangrijker dan ooit. Niet alleen om terug te kijken, maar vooral om ervan te leren.’’
Hieronder kunt u de toespraak van burgemeester Schneider nalezen.
Uitgeschreven toespraak Dodenherdenking
Beste mensen,
Decennialang leefden we in vrijheid en veiligheid. In welvaart en relatieve zorgeloosheid. We waanden ons onkwetsbaar. Bijna achteloos namen we vrijheid en veiligheid voor lief. Vrede voor vanzelfsprekend. Oorlogen, chaos, schaarste? Het leek iets voor andere landen, andere tijden, andere mensen. Niet in het Westen, niet in Nederland,
niet hier, niet wij.
Maar op een dag als vandaag stilstaand bij de Tweede Wereldoorlog, ervaren we weer hoe gevaarlijk die achteloosheid is. Oorlog is niet langer ver van ons bed. En de gevolgen van oorlogen raken ons direct. We bereiden ons voor, we investeren gigantische bedragen in onze defensie. Wie zijn onze vrienden, wie zijn onze vijanden? Het houdt ons bezig, het maakt ons onrustig.
Het herdenken van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog is – juist in deze context – belangrijker dan ooit. Om niet te vergeten. Om te eren. Maar ook: om te léren! Om te leren begrijpen hoe zoiets kon gebeuren, hoe zoiets kán gebeuren. Het is een vraag die mij bezighoudt. Hebben wij voldoende geleerd van het verleden?
Ik las het essay van onderzoeksjournalist Nikki Sterkenburg, geschreven op uitnodiging van het Nationaal comité 4 en 5 mei. Ik citeer: “De geschiedenis leert ons dat veruit de meeste Nederlanders in de oorlogsjaren aanvankelijk niet extreem goed of extreem fout waren. De meesten waren ergens tussenin: stil, afwachtend, bang. Ze zwegen, dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen.”
Ze dachten dat het niet zo’n vaart zou lopen. Laat dat eens op je inwerken. Oorlog, onderdrukking: dat gebeurde elders in de wereld, of in andere tijden. Dácht men. Maar het gebeurde wél. Er was een zwijgende meerderheid, mensen die het over zich heen lieten komen. Maar ook verzetshelden stonden op.
En er waren mensen die vol overtuiging de kant van de bezetter kozen. Maar er waren er ook die stap voor stap medeplichtig werden. De alledaagse daders, noemt Nikki Sterkenburg hen. Mensen die dachten: ik ben geen slecht mens, maar ik doe wat mij wordt opgedragen.
We moeten ons afvragen of we in al die jaren van herdenking, voldoende oog hebben gehad voor de mechanismes die hieronder liggen. Begrijpen we wel hoe dat toen werkte? Wat leren we daarvan en wat kunnen we meenemen naar ónze tijd?
Want ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik luister soms met stijgende verbazing naar de retoriek die ik hoor, die ik zie. Op social media, op het journaal, in de krant. Verbazing, omdat ik het lang niet altijd begrijp. Waar komt dat vandaan? Vanwaar die haat, die onverdraagzaamheid, dat onbegrip voor elkaar? Hoe wérkt dat eigenlijk?
En vooral: zal het inderdaad zo’n vaart niet lopen? Of is dat wensdenken, en zou het zomaar eens wél zo’n vaart kunnen lopen?
Als overheid proberen we de samenleving voor te bereiden op crisissituaties. Wat te doen als het licht uitgaat, als het water niet meer door de kranen stroomt, het internet platgaat.
Erg belangrijk, dat zeker. Maar moeten we ook niet meer nadenken over een ander soort noodpakket? Een noodpakket dat ons helpt elkaar vast te houden als het wél een vaart gaat lopen. Welke signalen herkennen we uit het verleden? Welke retoriek moeten we niet accepteren? En hoe kunnen we elkaar helpen, ook op een moment dat de echte crisis ons nog niet heeft bereikt? Zodat we een fundament leggen van liefde en verdraagzaamheid, waar haat en onbegrip niet doorheen kunnen breken.
Dames en heren,
We staan hier vanavond in Stevensweert, in een van de mooie dorpen van onze gemeente. Gemoedelijke dorpen, zorgzame dorpen. En ik geloof er heilig in dat juist wij, hier in Maasgouw, een voorbeeld kunnen zijn van hoe je elkaar vasthoudt. Elkaar helpt. En elkaar aanspreekt als dat nodig is.
Maar vanzelf gaat dat niet, ook hier niet. Daar moeten we voor werken, dat vraagt aandacht voor elkaar, juist als het moeilijk wordt.
Dat doen we ook uit eerbied voor de mensen die meer dan 80 jaar geleden slachtoffer werden. Die de hoogste prijs betaalden. Zoals de 23 verzets- en burgerslachtoffers die op dit monument aan het Eiland staan. Zij zagen hun leven abrupt geëindigd omdat het wél een vaart liep.
Dat lot onderging velen in ons land. Joden, Sinti’s, Roma’s en andere landgenoten. Mensen met een handicap die werden gedeporteerd en vermoord. En uiteraard onze gesneuvelde verzetshelden en militairen. Zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog, als in latere oorlogssituaties en vredesoperaties.
We zijn het aan hen verplicht om het verleden te leren begrijpen. We zijn het aan onszelf verplicht. We zijn het aan elkaar verplicht.
Laten we samen dat fundament leggen waar niemand doorheen kan breken.
Dank u wel.