HOME  |  Wonen & Leven  |  Projecten  |  Onrechtmatige bewoning recreatiewoningen  |  Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

Hier vindt u een overzicht van de veel gestelde vragen.

Wat is het verschil tussen een recreatieverblijf en recreatiewoning?

Een recreatiewoning is een van de typen recreatieverblijven. Een recreatiewoning is een bouwwerk dat bestemd is voor tijdelijk recreatief verblijf door een persoon, een gezin of een daarmee gelijk te stellen groep mensen, dat niet fungeert als permanent of hoofdverblijf én dat voldoet aan de technische eisen van het Bouwbesluit met betrekking tot logiesfunctie. Andere typen recreatieverblijven zijn onder andere stacaravans, caravans, chalets en strandhuisjes. Deze typen recreatieverblijven hoeven niet te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit ten aanzien van logiesfunctie.
 

Mag ik een recreatieverblijf bewonen?

Nee. Het bewonen van een recreatieverblijf is in strijd met artikel 2.1 eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de recreatieve bestemming van deze objecten, die in het bestemmingsplan is vastgelegd.

Wanneer is sprake van het onrechtmatig bewonen van een recreatieverblijf?

Als het recreatieverblijf niet voor recreatieve doeleinden maar als hoofdverblijf wordt gebruikt, is er sprake van onrechtmatige bewoning. Er is onder meer sprake van gebruik als hoofdverblijf als het recreatieverblijf fungeert als ‘het centrum van het sociale en maatschappelijke leven’ van een persoon. Met andere woorden, als de dagelijkse activiteiten in het leven vanuit het recreatieverblijf worden gepland en ondernomen. 

Waarom heeft de beleidsnota alleen betrekking op recreatiewoningen?

Om voor legalisatie (wonen), gedogen of een persoonlijke omgevingsvergunning in aanmerking te kunnen komen, moet het recreatieverblijf voldoen aan het Bouwbesluit voor reguliere woningen. Wanneer een recreatieverblijf niet kan voldoen aan het Bouwbesluit, komt deze niet voor beleidsverruiming in aanmerking en mag dergelijk verblijf dus nooit als hoofdverblijf gebruikt worden. Alleen een recreatiewoning kan mogelijk met aanpassingen voldoen aan het Bouwbesluit (zie ook vraag 1), zodat de beleidsnota zich enkel tot deze bouwwerken richt. Voor de overige recreatieverblijven geldt onverkort dat een gebruik als hoofdverblijf verboden is. In de praktijk zal bij alle onrechtmatig bewoonde recreatieverblijven op gelijk wijze worden opgetreden.

Waarom kan de gemeente de bewoning van recreatiewoningen niet legaliseren?

Zowel de gemeente Maasgouw als de provincie Limburg hebben te kennen gegeven de recreatieve functie te willen behouden. Legalisatie zou betekenen dat een recreatiepark verandert in een woonwijk, hetgeen niet wenselijk is.  

Wanneer heb ik recht op een persoonsgebonden omgevingsvergunning voor het bewonen van een recreatiewoning?

Een omgevingsvergunning wegens planologische afwijking wordt niet verleend voor een chalet of stacaravan. Alleen recreatiewoningen komen in aanmerking voor dergelijke vergunning. Het gaat hier om een persoonsgebonden omgevingsvergunning die slechts geldt voor de termijn gedurende welke degene aan wie de vergunning is verleend de betreffende recreatiewoning onafgebroken bewoont.

Er moet dan aan de volgende voorwaarden voldaan worden:

  1. de recreatiewoning moet voldoen aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
  2. de recreatiewoning mag niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, Wet geluidhinder, Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden;
  3. de bewoner had op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik en bewoont deze sedertdien onafgebroken, en;
  4. de bewoner was op 31 oktober 2003 meerderjarig.

Bij beleidsregels is nader vastgesteld op welke wijze de bewoning van een recreatiewoning (onder punt 3) aangetoond moet worden. Indien u voldoet aan de bovenstaande voorwaarden dan kunt u een omgevingsvergunning aanvragen. Voor vragen hieromtrent kunt u contact opnemen met het vergunningenloket, in het publiekscentrum te Maasbracht. Tevens bereikbaar via het telefoonnummer (0475) 85 25 00 of info@gemeentemaasgouw.nl

Als ik een aantal maanden per jaar ergens anders ga wonen, is er dan nog sprake van onrechtmatige bewoning van een recreatieverblijf?

Ja, mogelijk wel. Als het recreatieverblijf in de overige maanden als hoofdverblijf wordt gebruikt.
Het kan ook voorkomen dat iemand voor het grootste deel van het jaar ergens anders verblijft. Betrokkene zal dan aan moeten tonen dat hij zijn hoofdverblijf elders heeft en dat de recreatiewoning wordt gebruikt overeenkomstig de bestemming recreatie. De omstandigheid dat iemand is ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA) op het adres van een recreatiewoning, is een indicatie dat betrokkene in de recreatiewoning woont. Het is aan betrokkene om dit vermoeden te ontkrachten. Dat moet wel met concrete feiten worden onderbouwd. 

Geeft de gemeente door inschrijving in de GBA toestemming een recreatiewoning te bewonen?

Nee. Burgers die zich inschrijven in het bevolkingsregister (GBA) op het adres van een recreatieverblijf zijn vaak in de veronderstelling dat de gemeente hiermee toestemming geeft om op dit adres te gaan wonen. Dit is onjuist. Gemeenten zijn te allen tijde verplicht om burgers in te schrijven op een door deze burgers opgegeven adres in de gemeente ook al is dit adres gekoppeld aan een recreatieverblijf. Het feit van inschrijving geeft geen rechten voor permanente bewoning  (permanent bewonen blijft in strijd met het bestemmingsplan). Op dit moment ontvangen degenen die zich inschrijven in de GBA direct een brief van de gemeente Maasgouw waarin wordt aangegeven dat men zich heeft laten inschrijven in een recreatieverblijf, maar dat het gebruik als hoofdverblijf niet is toegestaan.

Er is lange tijd niet handhavend opgetreden door de gemeente, kan er geen sprake zijn van verjaring van de overtreding?

Nee. Tijdsverloop doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om handhavend op te treden tegen illegale situaties. Het bestuursrecht kent geen regel waarbij de bevoegdheid tot handhaving verjaart. Als de illegale situatie al jaren duurt kunnen we wel met dat belang, bij de te stellen begunstigingstermijn in de handhavingsbeschikking, rekening houden. 

Wat is een begunstigingstermijn en hoe lang duurt die?

Een begunstigingstermijn is een termijn die de overtreder moet worden gegund om een opgelegde last (in dit geval het stoppen van de onrechtmatige bewoning van het recreatieverblijf) uit te kunnen voeren, zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Voor wat betreft de begunstigingstermijn wordt uitgegaan van 1 jaar. Die termijn wordt redelijk geacht om de bewoner in de gelegenheid te stellen een einde aan de overtreding te maken. Deze termijn wordt echter onder bepaalde omstandigheden (gerelateerd aan de duur van de overtreding) verruimd naar twee jaar. Dit is nader uitgewerkt in beleidsregels. Het uitgangspunt zal zijn dat de overtreder, om voor toepassing van de langere begunstigingstermijn (twee jaar) in aanmerking te komen, vóór een bepaalde datum aannemelijk moet maken dat hij onrechtmatig in de recreatiewoning woont. Maakt de overtreder dit niet aannemelijk als wel voor alle nieuwe gevallen van onrechtmatige bewoning dan zal een begunstigingstermijn van een jaar gelden.  

Hoe zit het met de bewijslast?

De gemeente moet voor haar vermoeden dat er sprake is van onrechtmatige bewoning van een recreatieverblijf de vereiste feiten vaststellen. De gemeente heeft dus de eerste bewijslast. Wanneer de gemeente er in slaagt voldoende bewijzen te verzamelen voor een redelijk vermoeden van overtreding van de regels van het bestemmingsplan, is het aan de betrokken bewoner om dit vermoeden te ontkrachten. De betrokken bewoner moet dit wel met concrete feiten onderbouwen. De rechter zal anders in beginsel uitgaan van de juistheid van de feiten zoals de gemeente die heeft vastgesteld. 

Wat zijn de bevoegdheden van de controlerende toezichthouders?

De bevoegdheden van de toezichthouders staan vermeld in de Algemene wet bestuursrecht. Zo is een toezichthouder op grond van die wet bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, zonder toestemming van de bewoner alle plaatsen (percelen) te betreden voor zover dat voor de vervulling van hun taak (aanpak onrechtmatige bewoning) nodig is. De toezichthouders mogen alleen niet zonder toestemming van een bewoner een woning binnentreden. Daarnaast zijn de toezichthouders bevoegd inlichtingen en inzage van een identiteitsbewijs te vorderen als dat nodig is voor de uitvoering van hun taak. Verder is een toezichthouder bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen. Een ieder is op grond van de Algemene wet bestuursrecht verplicht aan de toezichthouder alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Wel zullen de toezichthouders de controles zo discreet mogelijk uitvoeren en zullen zij zo goed mogelijk rekening proberen te houden met de privacy van alle betrokkenen.

Welke juridische maatregel volgt bij constatering van onrechtmatige bewoning?

Bij constatering van een overtreding van het bestemmingsplan wegens onrechtmatige bewoning van een recreatieverblijf treft de gemeente Maasgouw juridische maatregelen. Indien er voor ons voldoende bewijs is voor een vermoeden van onrechtmatige bewoning, ontvangt u van ons een schrijven waarin wij ons voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom kenbaar maken. Tevens wordt in die brief vermeld dat u in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op ons voornemen. In het definitieve besluit gaan wij in op uw reactie en geven wij aan waarom in uw geval wel of niet handhavend wordt opgetreden. 

Wat houdt een last onder dwangsom in?

Een last onder dwangsom houdt in dat indien u niet binnen een bij het dwangsombesluit vast te stellen termijn de overtreding beëindigt, u aan ons per tijdseenheid dat de overtreding voortduurt, een bepaald geldbedrag bent verschuldigd. De dwangsom wordt gesteld op € 4.000,-/ per maand met een maximum van € 48.000,-. Het betalen van de dwangsom betekent niet dat de overtreding is beëindigd. Als de overtreding na het innen van de dwangsommen nog niet is beëindigd, kan er een hogere dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. 

Mag ik mijn recreatieverblijf verbouwen en heb ik daar een vergunning voor nodig?

Voor het verbouwen van een recreatieverblijf heeft u altijd een omgevingsvergunning nodig. Ook voor het bouwen van bijgebouwen aan of bij uw recreatieverblijf is een omgevingsvergunning vereist. 

Valt het tijdelijk huisvesten van (buitenlandse) arbeidskrachten in recreatieverblijven ook onder het verbod op onrechtmatige bewoning?

Het tijdelijk huisvesten van (buitenlandse) arbeidskrachten is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de betreffende recreatieverblijven niet voor recreatie worden gebruikt. Het gaat bij tijdelijk huisvesten van arbeidskrachten om een ander gebruik dan ‘wonen’. De arbeidskrachten gebruiken de recreatiewoning immers niet als hoofdverblijf. Het gaat in deze gevallen wel om strijdig gebruik, hetgeen de gemeente zal moeten aantonen.

Kan de gemeente belastingaanslagen opleggen voor een situatie die niet overeenstemt met het bestemmingsplan?

Bij het opleggen van belastingaanslagen is het van belang of wordt voldaan aan de belastingplicht. Deze belastingplicht is per heffingssoort omschreven in de gemeentelijke verordeningen. Deze verordeningen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld en vinden hun grondslag in de Gemeentewet. Of een feitelijke gebruiks- of eigendomssituatie planologisch is toegestaan doet aan deze belastingplicht niets af.

Wat wordt gedaan tegen de verloedering van de parken en de waarborging van de veiligheid?

Deze zaken vallen primair onder de verantwoordelijkheid van de parkeigenaren. Op recreatieparken is vaak een parkbeheerder c.q. een beveiliger aanwezig. De veiligheid dient gewaarborgd te worden op andere manieren dan door het onrechtmatig bewonen van recreatiewoningen. De vraag inzake veiligheid is een aandachtpunt voor het parkberheer c.q. de parkeigenaar.

Hoe treedt de gemeente op tegen eigenaren van parken die zeggen dat er wel gewoond mag worden?

Bij het constateren van een overtreding inzake onrechtmatige bewoning zal zowel de huurder als verhuurder aangeschreven worden. Hieruit volgt dat de recreatieparken (als verhuurder) aangeschreven kunnen worden. Tegen de in het verleden gedane toezeggingen door een recreatiepark kan de gemeente niet optreden. Wel zal de gemeente via verschillende middelen betrokkenen informeren over de regelgeving.