HOME  |  Wonen & Leven  |  Onderwerpen A t/m Z  |  Planschade

Planschade

  • Wat is het?

    In artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de regeling opgenomen voor tegemoetkoming in schade als gevolg van planologische maatregelen. In de praktijk gaat het vooral om bestemmingsplanherzieningen of ontheffingen van het bestemmingsplan. Belanghebbenden, die als gevolg van zo’n planologische maatregel schade lijden, kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in schade. Voor de tegemoetkoming in schade gelden een aantal voorwaarden en beperkingen, die voortvloeien uit de wet en rechtspraak.

  • Hoe werkt het?

    De schade kan bestaan uit onder meer een inkomensderving of een waardevermindering van onroerende zaken (bijv. de woning) vanwege o.a. beperking van woongenot, vrij uitzicht. 

    Bijzondere voorwaarden

    1. Als de schade te voorzien was ten tijde van de aankoop of ingebruikneming van het onroerend goed, of als u geen gebruik heeft gemaakt van bestaande bouwmogelijkheden, kunt u niet op vergoeding rekenen.
    2. Het recht op een volledige vergoeding van geleden schade bestaat niet altijd. Bepaalde zaken behoren namelijk tot de normale maatschappelijke ontwikkelingen. Hiervoor geldt een “normaal maatschappelijk risico”. Onder normaal maatschappelijk risico moet verstaan worden twee procent van de waarde van de onroerende zaak en twee procent van het inkomen. Het moet verder gaan om schade die niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.
    3. Aan het indienen van een aanvraag zijn kosten verbonden (een drempelbedrag van € 300,--). Deze krijgt u terug als daadwerkelijk planschade is toegekend.
    4. Voor het indienen van een aanvraag geldt een verjaringstermijn van 5 jaar. Deze termijn vangt aan nadat de betreffende planologische maatregel onherroepelijk is geworden.
       
  • Wat moet ik doen?

    Een aanvraag om een tegemoetkoming in planschade moet worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders met gebruikmaking van het formulier Tegemoetkoming planschade. Bij voorbaat wijst het college van burgemeester en wethouders de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag van € 300,-- verschuldigd is.

    Gang van zaken

    De aanvrager dient het aanvraagformulier inclusief bijlagen in. Daarna krijgt hij/zij een bevestiging van ontvangst krijgt met de mededeling dat het verschuldigde bedrag binnen 4 weken na de dag van verzending van deze ontvangstbevestiging op de rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het college van burgemeester en wethouders de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest.

    De procedure verloopt via de “Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Maasgouw 2008”. Dit houdt onder meer in dat een onafhankelijke, deskundige planschadecommissie een advies zal uitbrengen.
     

  • Aanvullende informatie

    Een planologische maatregel kan een bestemmingsplan zijn, maar ook een besluit waarbij ontheffing wordt verleend van het geldende bestemmingsplan. Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding is een vergelijking van de rechtstoestand van de onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) voor en na het van kracht worden van het nieuwe bestemmingsplan of een andere planologische maatregel.

    Het gaat niet om een onderlinge vergelijking tussen burgers in dezelfde omstandigheden, maar om de vraag of door wijziging van de planologische situatie een burger zwaarder wordt getroffen dan met de algemene sociale situatie in overeenstemming is. Bij de vergelijking moet worden uitgegaan van een maximale invulling van het geldende plan. De schade moet rechtstreeks verband houden met de planologische maatregel. Het moet ook schade betreffen, waarvan het niet redelijk is om deze ten laste van de belanghebbende te laten.

  • Formulieren