HOME  |  Recreatie & Toerisme  |  Thorn  |  Relikwieën en een mummie

Relikwieën en een mummie

mummie

Napoleon wiste bijna alle sporen van de stiftdames uit. Het abdijcomplex en het paleis werden gesloopt, alleen de Abdijkerk en de voormalige Abdijkeuken – de Hofferkeukens aan de Hofstraat – en enkele muren bleven bewaard.

Mummies van Thorn

De Abdijkerk – ook wel de Stiftskerk genoemd – stamt grotendeels uit de 14e eeuw. De onderbouw van de toren is nog ouder, het is het restant van een romaanse kerk. In de crypte van de gotische kruisbasiliek staat een loden kistje met botten die van Hilsondis zouden zijn. Ook zie je er een relikwie van een onderarm uit de periode 1050-1200. In 2 sarcofagen liggen de zogenaamde ‘Mummies van Thorn’, een op natuurlijke wijze gemummificeerde man en vrouw uit omstreeks 1600. Wie zijn zij? Dat is nog steeds onduidelijk.

De Abdijkerk is in barokke stijl ingericht, iets dat je in Nederlandse kerken zelden tegenkomt. In de 19e eeuw is de kerk door architect Pierre Cuypers gerestaureerd.        

Geschiedenis van de mummies                                                                                        

Een korte geschiedenis over de mummies, om de fascinatie beter te begrijpen.Tot de komst van de Fransen in 1794 fungeert de statische Abdijkerk als begraafplaats voor de stiftdames en priesters die verbonden waren aan het klooster. De Franse bezetter schaft deze naar eigen zeggen onhygiënische traditie af en schrijft voor dat ook de welgestelde doden voortaan buiten op een kerkhof begraven moeten worden. En zo gebeurt het. De graven in het schip en de zijschepen van de Abdijkerk worden geruimd en de stoffelijke resten krijgen een nieuwe bestemming buiten de kerk. Alleen de graven onder het priesterkoor blijven waarschijnlijk om praktische redenen nog bijna een eeuw lang onberoerd.

Aan het einde van de negentiende eeuw kan de Thornse pastoor Canoy zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Hij laat 2 grafnissen onder het koor openen. En dan komen ze tevoorschijn. 2 mummies: een man en een vrouw. Hun identiteit is nauwelijks voer voor discussie. Zíj zou een stiftdame zijn: Clara-Elisabeth van Manderscheidt-Blankenheim die in 1673 net even buiten Thorn de Kapel onder de Linden stichtte. Híj is de kanunnik Quanjel, de in 1780 overleden organist van de Abdijkerk. De Thornaars nemen het als waarheid aan. De 2 mummies worden onderdeel van het collectieve geheugen.

In 2007 komt die volkswaarheid op de helling te staan. Een CT-scan in het Amsterdams Medisch Centrum toont aan dat de mannelijke resten niet van kanunnik Quanjel kunnen zijn. De mummie is beduidend ouder. Het gaat om een 1 meter 75 lange priester die in de eerste helft van de 17e eeuw leefde. Aangezien het lichaam vrij zwaarlijvig is en geen sporen van gewrichtsslijtage vertoont, wordt aangenomen dat de man een welvarend leven leidde zonder zware lichamelijke arbeid. Resten van een manipel of stola op het stoffelijk overschot tonen aan dat het om een priester moet gaan. Alleen priesters droegen in die tijd namelijk een dergelijke sjaal om de linkerpols.

Hoewel een deel van het mysterie is ontrafeld, blijft er nog genoeg te raden over. Wie is de vrouw? En wat is de exacte identiteit van de mannelijke mummie? Is het misschien kanunnik Lambertus Boschusius? Of gaat het om Hendrik of Petrus Volquins?

De conclusie anno 2011: ondanks nieuwe technologieën en verbeterde historische methodes is het verleden duidelijk nog niet genegen om alle geheimen prijs te geven. En zo blijft er – gelukkig - alle ruimte voor persoonlijke interpretatie.