Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)

De Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) geeft burgers toegang tot veel informatie die bij de overheid, zoals gemeenten, provincies en rijk, aanwezig is. Uitgangspunt van de wet is dat bestuurlijke informatie openbaar is, tenzij de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar te maken. Op die manier kunnen burgers meer inzicht krijgen in het overheidshandelen en zo beter deelnemen aan de democratie en de overheidsbesluitvorming.

De WOB onderscheidt passieve en actieve openbaarheid van bestuur. Actief wil zeggen dat de gemeente zelf met informatie over beleid en uitvoering naar buiten treedt. Dit kan bijvoorbeeld via persberichten, artikelen in Maasgouw Nieuws, brochures en op de website.

Passieve openbaarheid wil zeggen dat iedereen het recht heeft om een verzoek om informatie in te dienen bij de gemeente. Dit is het WOB-verzoek. Hiervoor gelden de volgende regels: 

  • Het verzoek moet betrekking hebben op bestuurlijke informatie 
  • Het moet betrekking hebben op bestaande informatie 
  • Er kan een uitzondering gelden

 

Uitzonderingsgronden betreffen onder andere: 

  • Het in gevaar brengen van de veiligheid van de Staat 
  • Gegevens die personen of bedrijven vertrouwelijk hebben verstrekt aan de gemeente 
  • Gegevens waarvan het belang van het openbaar maken niet opweegt tegen het belang van de inspectie, controle en toezicht door de gemeente. 
  • Persoonsgegevens zoals iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid en seksuele leven. 
  • Gegevens waarvan het belang van het openbaar maken niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

 

Hoe kunt u een WOB-verzoek indienen?
U kunt uw verzoek sturen naar het college van Burgemeester en wethouders, postbus 7000, 6050 AA in Maasbracht. Wij verzoeken u zo nauwkeurig mogelijk te vermelden over welke bestuurlijke aangelegenheid, of het document dat daar over gaat, u informatie wenst te ontvangen.

Binnen vier weken na de dag van ontvangst van het WOB-verzoek moet het college een beslissing nemen. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Een verzoek moet schriftelijk worden beantwoord als:

  • het verzoek schriftelijk is ingediend en (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewezen; 
  • hierom is verzocht; 
  • een derde bij het verzoek is betrokken.

 

De beslistermijn kan met maximaal vier weken worden verlengd. De verzoeker moet hiervan voor afloop van de eerste termijn schriftelijk op de hoogte worden gesteld met vermelding van de reden hiervan.
Tegen de beslissing op een WOB-verzoek kan een bezwaarschrift worden ingediend.

Voor meer informatie kunt u de website wetten.overheid.nl bekijken.